Ik heb er behoefte aan
Welkom op de verhalensite Ik heb er behoefte aan.                                                      Op deze verhalensite staan een aantal verhalen uit eigen doos, maar ook van anderen. Deze verzameling van toiletverhalen over lichamelijk ongemak en de gênante, geestige en hilarische situaties die daardoor ontstaan, zijn een voorpublicatie van een later uit te geven boek.                                                        Als je een verhaal (of meerdere) hebt dat op deze verhalensite thuishoort, dan ontvang ik het graag. Je kan mailen naar mijn verhaal.                                           Peet Zet
Recente reacties
    Advertentie

    Ik heb er behoefte aan 48 – Vaderdag 2015

    DSC_4003

    Ik heb er behoefte aan 47 – Tunnelvisie (door Jeroen)

    Tunnelvisie

    Na ruim een dag vasten en laxeren is de grote dag eindelijk aangebroken. Operatie Colonoscopie, een kijkje in mijn dikke darm, uitgevoerd door dr. Boutkan.

    De voorafgaande laxeerperiode viel niet mee. Ik moest liters Moviprep innemen. Steeds een zak poeder met voornamelijk zouten mengen met een liter water en toch ook maar een flinke scheut citroensiroop, want echt smakelijk was het niet. Ook steeds een liter water, limonade of koffie er achteraan, dus in 24 uur heb ik 7 à 8 liter getankt, zo’n driekwart emmer. Wat inhoud kon ik goed gebruiken, want in de avond viel ik wel zo’n beetje van mijn graat. Helaas verliet het vocht, geheel volgens planning, met dubbele snelheid mijn kanaal weer. Om het half uur, soms vaker, holde ik naar de plee om daar een stevige straal darminhoud te lozen. Even uitblazen, de boel droogdeppen en als ik niet vlot genoeg was kon ik blijven zitten om de volgende golf er uit te spuiten.

    Gelukkig werd ik donderdag nog gebeld om te vragen of ik een uurtje eerder kon komen. Hoe eerder hoe beter, leek me, des te sneller zou ik weer wat kunnen eten.

    In het ziekenhuis maakte ik kennis met zuster Marjo, die me naar een bed op een zaaltje leidde en me een enorme wegwerp-boxershort uitreikte. “De gulp moet aan de achterkant”, was de bedoeling. Marjo legde nog even uit hoe het hele proces zou gaan verlopen en checkte of ik me wel goed aan de laxeervoorschriften had gehouden. Daarna bracht ze me naar de endoscopiekamer, waar ik op mijn linker zij, in foetushouding moest wachten. “Dat het allemaal maar gladjes mag verlopen”, zei ze nog.

    De dokter en nog een of andere specialist, twee assistenten en een stagiaire kwamen binnen. Ze stelden zich allemaal netjes voor, informeel met hun voornaam. Er werd nog even wat gebabbeld over welk restaurant een van de assistenten zou gaan kiezen om die avond haar 34-jarige verkering met haar man te gaan vieren. Het liefst zouden ze naar een Italiaan gaan. De dokter kende een goede in Rijswijk, ik wist een heel lekkere in Wateringen, maar zij zou toch liever op Kijkduin gaan eten. Dat vonden de dokter en ik ook een goed plan, want Salvatore heeft ook een erg goed keuken.

    Ook de arts nam de procedure nog even door, bereidde me voor op wat ongemakken door het sturen van de scoop in lastige bochten en het opgeblazen gevoel door de lucht die ze erin zouden gaan pompen. Hij stelde me op m’n gemak: “Laat de lucht gerust ontsnappen, maakt u zich over ons geen zorgen; wij staan uit de wind…”

    Na een flinke lik gelei op de ingang, kwam het moment suprême. Geheel pijnloos werd de scoop ingebracht. Op het scherm zag ik eerst nog in groothoek de hele operatiekamer met alle aanwezigen, daarna heel kort m’n eigen uiteinde waarna we meteen in de wondere roze wereld van mijn binnenkant belandden. Al snel merkte ik hoe mijn darm als een fietsband werd opgepompt. Dat was inderdaad niet prettig. Het voelde alsof er een enorme scheet nodig was om de druk weg te nemen, maar doordat de cameraslang niet veel ruimte gaf, ging dat niet lukken.

    kamagurka-endoscopie001

    Behoedzaam werd de slang doorgeduwd door een slijmerige roze tunnel met grillige plooien in de wand. “Links ziet u de divertikel. We zitten nu op 40 centimeter en gaan nu eerst langzaam door tot het einde -dat is dus eigenlijk het begin- van uw dikke darm. In de bochten kan het even pijnlijk zijn, want daar moeten we goed sturen om te voorkomen dat er een lus ontstaat.”

    Ik keek aandachtig mee en liet het allemaal over me heen komen, af en toe op verzoek even flink inademend om de darm wat gunstiger te plooien. “Kijk, daar zit de blindedarm. Heeft u koffie gedronken?” In een soort poel stond een flinke laag zwarte vloeistof. “Ja, ik zie het”, antwoordde ik, “dat mocht toch?” Het bleek geen enkel probleem, alleen kon hij de stagiaire nu niet goed laten zien hoe de ingang van mijn appendix eruit zag. Maar gelukkig was dat ook niet nodig.

    Na de koffiestop begonnen we aan de terugweg. Nu kon hij veel rustiger een terugtrekkende beweging maken, zonder dat er nog stuurmanskunst aan te pas kwam. De highlights werden een voor een bewonderd: “Wat zijn die vlokken?”. “Oh, waarschijnlijk nog wat voedselresten, dat zie je meestal nog wel een beetje”, legde hij de stagiaire uit. “En hier zie we nog wat kleine naweeën van de ontsteking, dat zijn die rode vlekjes.” Ook bij de kleine donkere opening naar de divertikel werd nog even stil gestaan, maar verder waren er gelukkig geen afwijkingen te zien.

    De scoop kon m’n kont weer verlaten, Ien werd de onderzoekskamer binnengelaten, ik kreeg nog wat voedingsadviesjes en hoefde niet nog een keer op gesprek te komen.

    Ik drukte iedereen de hand en ging met Ien naar het ziekenzaaltje, waar ik me weer mocht aankleden. Ik mocht meteen naar huis, maar ging eerst nog even snel naar het toilet om van dat opgeblazen gevoel af te komen. Daar liet ik eindelijk de scheet van mijn leven! Een super knetterende roffel, die wel een minuut duurde. Dat leverde voldoende plek op voor de krentenbol die Ien voor me had meegenomen.